';
Preloader logo
IJskoud

IJskoud

Bevroren water

De vaste vorm van water is ijs en kan zeer uiteenlopende vormen aannemen, van hagel of sneeuw tot bijvoorbeeld een ijspegel, gletsjer of ijsberg.

Struktuur

De meest voorkomende kristalvorm van ijs is hexagonaal met ribben van waterstof. Er bestaan ten minste vijftien verschillende vaste fasen voor water, die in de weten-schap als ijs-I tot en met ijs-XV bekend staan. Elk van deze soorten ijs is stabiel onder een andere combinatie van druk en temperatuur. De kristalstructuur van de verschillende soorten ijs is niet eenvoudig te bepalen, omdat het erg moeilijk is om een enkel geïsoleerd kristal te analyseren.

Eigenschappen van ijs

Een unieke eigenschap van ijs is dat het bij de smelttemperatuur een ca. 10% lagere dichtheid heeft dan vloeibaar water. Door de beperkingen die de waterstof-bruggen aan de watermoleculen opleggen (tetraëdrische omringing van de moleculen) in combinatie met het kristalrooster is het niet mogelijk een dichtere vaste stapeling te verkrijgen. In de thermodynamica heeft de lage dichtheid van ijs tot gevolg dat het onder hogere druk een lagere smelttemperatuur heeft; een vrij unieke eigenschap.

De lagere dichtheid van ijs heeft als gevolg dat ijs op water blijft drijven, en daardoor een isolerende laag vormt die ondiep water in de winter voor totale bevriezing be-hoedt. Dit heeft waarschijnlijk een grote rol gespeeld bij het ontstaan van het leven op aarde. Water krijgt vanaf 275 watermoleculen de typische ijskristalstructuur.

Waar komt het voor?

IJs komt in grote hoeveelheden voor op Antarctica en Groenland, vormt vele gletsjers en bedekt vele hoge bergketens. Deze ijslagen worden gevormd door neer-slag in vaste vorm, en kunnen over een termijn van honderdduizenden jaren worden opgebouwd; in de klimaatanalyse vormen uitgeboorde cilinders uit deze ijslagen met hun ingesloten luchtbellen de beste historische archieven voor de samenstelling van de lucht over de eeuwen.

Vorming en smelting van de grote ijslagen heeft een grote invloed op onze planeet: Het ijs reflecteert een groot deel van de binnenkomende zonnestraling waardoor de atmosfeer koeler is. Als er veel landijs is, is het zeeniveau laag; als dit ijs smelt stijgt het zeeniveau. IJs dat zich op de bodem van een waterbekken bevindt, wordt grondijs genoemd. Een ijsplateau (of ijsplaat, ijsbarrière, schelfijs of ijsschol) is een stuk ijs dat in zee drijft na te zijn losgeraakt van een gletsjer of ijskap.

Natuurijs

Natuurijs is ijs (bevroren water) dat op natuurlijke wijze is ontstaan. Het woord wordt meestal gebruikt om natuurlijk ijs aan te duiden waarop kan worden geschaatst, in tegenstelling tot kunstmatig ijs (kunstijs) zoals op een kunstijsbaan. Natuurijs kan men vinden op een natuur-ijsbaan, maar bij voldoende vorst zal ook op waterlopen of zelfs op open water voldoende ijs liggen om veilig te schaatsen. In Nederland is het ieder jaar een wedstrijd welke ijsclub de eerste marathon op natuurijs organiseert. Wanneer ook de waterlopen dichtvriezen, worden verschillende natuurijs klassiekers verreden.

Vormen

Voor schaatsijs worden diverse benamingen gebruikt, die vooral gebaseerd zijn op de fysieke eigenschappen van het ijs. De meest voorkomend hoofdvormen van schaatsijs op basis van ontstaansvorm zijn:

  • Zee ijs – ijs dat zich heeft gevormd op zout water. Ontstaat pas bij temperaturen lager dan -2°C, maar omdat het ijs zelf zoet is, smelt het pas bij 0°C.
  • Zwartijs – volledig doorzichtig ijs, ideaal ijs voor de schaatser, omdat het zeer glad en zeer sterk is.
  • Sneeuwijs – melkachtig, vaak bros ijs, ontstaan uit een laag gesmolten sneeuw op of in het ijs.
  • Grondijs – ijs dat op de bodem is ontstaan en naar boven is komen drijven.
  • Pannenkoekenijs – heeft de vorm van grote pannen-koeken met een opstaande rand, ontstaat vaak uit grondijs.

Daarnaast worden nog een aantal benamingen gebruikt op basis van de fysieke eigenschappen van het ijs:

  • Dubbeltjesijs – luchtbelletjes van de bodem die in het bevriezende water vast komen te zitten.
  • Werkijs – kost veel moeite om op te schaatsen omdat het niet vlak is, door aan elkaar.
  • gevroren schotsen, of ribbels.
  • Bomijs – ijs waar het water onder vandaan is weggezakt, ligt vaak hol.
  • Kwalsterijs – stukken bros ijs, waar een schaats een klein stukje in wegzakt.
  • Zandijs, of stofijs – ijs waar veel zand op is gewaaid, zorgt voor botte schaatsen.
  • Kistwerken – ijs dat door krachten van de wind omhoog komt en soms zelfs opstapelt.

Bron wikipedia

Igor

Hoi, ik ben Igor en sta beter bekend als de ‘uitsmijter’ van Surfkids.