';
Preloader logo
Een spook op zolder

Zachtjes waait de wind rondom huis. Het is kil en guur buiten. De zon gaat elke dag steeds vroeger onder. De schemer wordt al donkerder. Sem kruipt diep weg onder zijn deken. Bah, nu hij op bed moet is het al donker. Daar vindt hij niets aan. Het licht moet altijd uit van zijn moeder. Dat vindt hij niet leuk.

Maar vanavond is het wel heel eng. Al zolang hij op bed ligt hoort hij steeds schurende geluiden boven zich. Boven bevindt zich de zolder. Via een vaste kronkeltrap kom je op de zolderverdieping. Overdag mag hij graag met zijn vriendjes op zolder spelen. Daar ligt nog oude kleding en gekleurde blokken waar hij vroeger mee speelde. Er staan een paar koffers, een tafel met een kapotte poot en twee lelijke houten stoelen. Ze kraken zodra je erop gaat zitten. En nu, nu hoort hij het gekraak zelfs al nu hij niet eens op zolder is.

Het schuren en kraken houdt niet op. Telkens als Sem in slaap valt schrikt hij weer wakker. En nu hoort hij geloei overal vandaan komen. Sem schiet rechtop in zijn bed en kijkt angstig om zich heen. De wind waait nog harder buiten. En het regent ook nog. Maar het geschuifel op zolder gaat gewoon door. Het lijkt wel een spook.

Toch wel nieuwsgierig geworden stapt hij uit bed en loopt naar de overloop. Hij gluurt om het hoekje van zijn ouders’ slaapkamer. Ze slapen allebei. Ja, zij wel, denkt Sem verdrietig. Waarom kan hij nou niet heerlijk slapen. En toch gaat hij verder. Het geschuifel klinkt nu als gestamp. Sem is nu bij de trap naar zolder aangekomen. Hij kijkt naar boven. De deur is dicht. Zal hij of zal hij niet? Sem twijfelt. Eigenlijk durft hij niet zo goed. En toch wil hij dapper zijn. Hij zet zijn eerste stapje op de eerste traptrede. Dan nog één en nog één. Voor hij er erg in heeft staat hij al bovenaan. Langzaam legt hij zijn hand op de deurkruk. Voorzichtig duwt hij de deur open. Stapje voor stapje gaat hij de zolder op. Zijn hand glijdt naar het lichtknopje. Hij ziet nu nog geen hand voor ogen. Sem voelt het knopje onder zijn vingers en klikt direct het licht aan. Hij verblindt zichzelf door het plotselinge felle licht. Sem slaat zijn hand voor zijn ogen en knippert wild. Dan hoort hij iets. Een geluid. Een stem.

‘Allo.’

Sem staat stil. Hij gluurt door zijn lichtgeopende vingers. Daar, bij de kapotte tafel op een stoel ziet hij een papegaai zitten.

‘Allo, allo, allo, koppie kauw, kauw, wie ben jij?’ De papegaai draait zijn kopje naar Sem toe. Hij klauwt met zijn klauwtjes over de tafel heen. Hij draait zijn kopje en duwt met zijn snavel tegen de gele blokjes die op tafel liggen. Sem begint opgelucht te lachen en gaat naar hem toe. Hij pakt de blauwe blokjes en stapelt ze op elkaar. De papegaai kijkt toe en duwt dan de gele blokjes naast elkaar. Sem schatert het uit. Wat een machtig mooi beest is het toch, denkt hij. De papegaai heeft mooie gele, blauwe en zacht oranje kleuren. Zijn zwarte kraaloogjes kijken heel wijs naar Sem op. Sem probeert hem zachtjes over zijn kopje te aaien.

‘Moe gaa, moe gaa’, krast de papegaai. Hij slaat zijn vleugels uit en wipt uit de stoel op tafel. Dan vliegt hij op en door het kapotte glas in het kleine dakraampje vliegt hij weg. Sem rent erachteraan en kijkt de vogel na. Zuchtend duwt hij voorzichtig het kapotte glas bij het raam opzij. Een beetje regen sputtert op zijn gezicht. Zoekend tuurt hij nog even naar buiten, op zoek naar de papegaai, maar hij ziet hem nergens meer. Teleurgesteld gaat Sem terug naar zijn kamer. Morgen maar aan vader vertellen dat het raampje kapot is gegaan in de storm. Maar morgen, morgen gaat hij eerst op zijn fietsje op zoek naar de papegaai. Morgen is het toch lekker zaterdag.

 

Puk

Hallo, mijn naam is Puk en ik ben de creatieve kid van Surfkids.