';
Preloader logo
Surfkids woordenboek
A
Aanwijzer: Een adres (URL) dat in gegevens is ingesloten en de locatie van gegevens in een ander record of bestand aangeeft. Een hyperlink is een voorbeeld van een aanwijzer.
Access Provider: Een toegangsverschaffer tot het Internet.
Account: Een overeenkomt tussen een particulier of organisatie en een access provider voor het leveren van Internet toegang of andere diensten.
Adres: De unieke code die is toegewezen aan de locatie van een opgeslagen bestand, een apparaat op een systeem of netwerk, of enige andere gegevensbron op een netwerk.
ADSL: Asymmetric Digital Subscriber Line. Een techniek voor supersnel internet via een gewone telefoonlijn. De maximale snelheden zijn afhankelijk van de lijnafstand tussen de gebruiker en de telefooncentrale.
Alleen lezen bestand: Is de Nederlandse vertaling voor een ‘read only’-bestand. Het bestand kan wel worden gelezen, maar niet bewerkt.
Ampersand: Het & -teken.
Animated gif: Een bewegend plaatje. Het bestand van een animated gif bestaat uit een aantal gif plaatjes die achtereenvolgend worden afgespeeld
Anonieme FTP: Een publieke FTP-toegang, d.w.z. dat inloggen mogelijk is met anonymous als gebruikersnaam en het e-mail adres als wachtwoord
Apenstaartje: Het @ teken. Staat voor het Engelse ‘at’.
Applet: Klein programma dat wordt uitgevoerd in een webpagina. Het laden van een applet kost soms veel tijd
ARJ: Extensie die aangeeft dat een computerbestand gecomprimeerd (‘ingepakt’) is. Voor decompressie (‘uitpakken’) is het programma ARJ.EXE nodig
ARPAnet: Advanced Research Projects Agency network, de voorloper van het Internet opgezet door het Amerikaanse ministerie van Defensie
ASCII: Uit te spreken als “As-kie”. Amerikaanse standaard voor standaard tekst, zonder stijlopmaak
Assembleren: Machines (bijv. computers) uit elders gemaakte onderdelen in elkaar zetten. Zo ontstaat een zogenaamde kloon
Attachment: Het Engelstalige begrip voor bijlage van een emailbericht
Authenticatie: De procedure waarmee de indentiteit en/of de toegangsrechten van een gebruiker worden gecontroleerd, nadat deze zijn gebruikersnaam en wachtwoord bij de computer heeft opgegeven
Autorisatie: De procedure waarmee de rechten van een gebruiker op een computer of netwerk na het aanmelden (inloggen) worden vastgesteld. Die rechten kunnen variëren van het uitsluitend bekijken van bestanden tot het recht om bestanden te wijzigen, toe te voegen of zelfs te verwijderen.
B
Backslash: De omgekeerde schuine streep \ van linksboven naar rechtsonder.
Backspace: Letterlijk: een spatie terug. Met deze toets kan de cursor een positie terug worden verplaatst. Een veelgebruikte toets om correcties aan te brengen
Back-up: Reservekopie van een bestand, een directory of een complete harde schijf. Voorkomt verlies van gegevens als iets defect raakt.
Baud: Een veroudere term voor ‘bits per seconde’.
BBS: Bulletin Board System, computer waarmee apart moet worden ingebeld om software uit te wisselen.
Bcc: Blind carbon copy. Als u dit veld invult kunt u iemand een kopie sturen zonder dat de geadresseerde dit weet
Backbone: Letterlijk de ruggengraat van het internet: de hoofdkabels waardoor informatie over lange afstanden wordt vervoerd..
Bandbreedte: De maximale hoeveelheid gegevens die per tijdseenheid tegelijk via een verbinding kan worden verzonden of ontvangen. Dus eigenlijk de capaciteit voor het doorgeven van signalen.
Banner: Een plaatje met daarop een advertentie. Wanneer een Internet gebruiker op de banner klikt, gaat hij naar de website van het bedrijf dat met de banner adverteert.
Bestand: Verzameling gegevens (file) op de harde schijf.
Bestandsformaat: Het bestandsformaat is de vorm waarin een computerbestand wordt bewaard. Het formaat is te herkennen aan de extensie (de drie letters na de punt van een naam).
BIOS: Afkorting van Basic Input/Output System. Verzameling basisprogramma’s waarmee de elementaire hardware van een computer wordt bestuurd. Er wordt aangegeven hoe de instructies van de software moeten worden geïnterpreteerd en welke actie bij welke instructie hoort.
Bit: De kleinste eenheid van informatie voor de computer, een 0 of 1. De basis van alle bewerkingen, voor de opslag in het geheugen en op de harde schijf.
Bitrate: Het aantal bits dat per tijdseenheid via een netwerkverbinding kan worden verzonden of ontvangen.
Bookmark: Favoriete Internet-pagina’s kunnen worden vastgelegd in een lijst, zodat ze met een muisklik snel kunnen worden teruggevonden.
Booten: Het (her)starten van een computer.
Browsen: Letterlijk: bladeren. Een programma om rond te kijken op de vele pagina’s van het World Wide Web wordt daarom browser genoemd.
Browser: Een programma om HTML-documenten (webpagina’s) mee te bekijken.
Bureaublad: Zo heet de achtergrond op het beeldscherm, waarop de pictogrammen en het venster een plek hebben.
Byte: Eén byte bestaat uit 8 bits. Dit is de eenheid waarmee o.a. de grootte van een document, programma of de ruimte op de harde schijf wordt aangegeven.
C
Cache: De cache van een browser is een gedeelte van de harddisk waar gegevens die van het Internet opgehaald worden, zoals webpagina’s, opgeslagen worden.
Cc: Carbon copy. Als u dit veld invult stuurt u iemand een kopie van het originele bericht. De geadresseerde kan dit zien in zijn cc: veld.
CD-ROM: Informatiedrager waarop zo`n 650 miljoen bytes opgeslagen kunnen worden.
CD-ROM speler (drive): De lade (het station) waarmee de computer cd-roms kan lezen.
CGI: De Common Gateway Interface is een interface voor programmeurs om scripts of toepassingen samen te stellen die achter de schermen op een webserver worden uitgevoerd. Deze scripts kunnen tekst of andere gegevenssoorten genereren, soms als reactie op invoer van de gebruiker of als gevolg van het vinden van informatie in een database.
Chatbox: Plaats waar mensen samenkomen om over een onderwerp te chatten.
Chatten: Real-time ‘babbelen’ met andere computergebruikers door het uitwisselen van getypte teksten die van alle deelnemers op het beeldscherm verschijnen.
Chip: Aanduiding voor het kleine plaatje in de computer waarop veel elektronica is bevestigd.
Compatible: Term om aan te duiden dat programma`s of apparaten met elkaar kunnen samenwerken of gegevens uitwisselen.
Comprimeren: Samenpersen van een bestand, waardoor het minder ruimte inneemt op de (harde) schijf. Ook aan te bevelen voordat u een bestand verstuurt via e-mail. Comprimeren gebeurt met een speciaal programma. Een gecomprimeerd bestand wordt meestal aangeduid met zip-bestand.
Converteren: Omzetten van een bestand in een ander soort bestand.
Configuratie: De samenstelling van een computer, dus de onderdelen waaruit zo’n computer bestaat.
Configuratiescherm: Het onderdeel van Windows 9.x (Start/Instellingen/Configuratiescherm) waarin de belangrijkste computerinstellingen op het gebied van de randapparatuur, het besturingssysteem en de software kunnen worden geregeld.
Compatible: Engels voor compatibel. Wordt meestal gebruikt om aan te geven of hard- en/of software met elkaar kunnen samenwerken. Er kan onderling gegevens worden uitwisselen. Tegenwoordig zijn bijna alle systemen, zowel hardware als software, compatibel.
Cookie: Gebruikt om gegevens tussen twee sessies op te slaan op de harde schijf van de gebruiker. Het is een klein stukje informatie van de bezoekende site op de ontvangende computer opslaan en ook weer (bij een andere sessie) kan lezen. Cookies worden gebruikt om de bezoekers van sites te volgen en te identificeren. Ze kunnen als informatie bevatten: datum/tijd van bezoek, namen van bezochte pagina’s, gekochte producten.
Counter: Een getal op een website dat het aantal bezoekers sinds een bepaalde datum weergeeft. De term “counter” heeft ook wel betrekking op het cgi-script dat het getal produceert.
CPU: Central Processing Unit. De centrale chip die al het rekenwerk van de computer doet.
Crash: Als een programma ineens niets meer doet. Druk de toetsen Alt, Ctrl en Delete tegelijkertijd in en schakel het programma uit. Als dat niet helpt, dan moet u de computer opnieuw starten.
Cursor: De knipperende aanwijzer waarmee op het beeldscherm de positie wordt aangeduid waar tekens worden ingevoegd of u een handeling kunt verrichten.
Cyberspace: Uit sciene-fiction afkomstig begrip waarmee de virtuele wereld van computernetwerken wordt aangeduidt. Synoniem voor internet
D
Database: Engels woord voor gegevensbank (databank). Een hoeveelheid gegevens, die in één of meer bestanden bij elkaar staan. Een database is eigenlijk een elektronische kaartenbak: gegevens worden op een gestructureerde wijze opgeslagen en kunnen later op allerlei manieren worden gerangschikt en via zogenaamde queries opgevraagd.
Default: Standaardkeuze
Decomprimeren: Het uitpakken (unzippen) van gecomprimeerde bestanden. Zie compressie.
Defragmenteren: Tijdens het gebruik van de computer raken bestanden gefragmenteerd, dat wil zeggen dat een bestand over verschillende plaatsen van de harde schijf raakt verdeeld. Door het gebruik van het defragmentatieprogramma worden alle bestanden weer netjes aaneengesloten op de harde schijf geplaatst en komt er ongebruikte ruimte vrij.
Desktop: De desktop is het werkblad van een Windows of een Apple Macintosh computer. Het komt na de start van het systeem in beeld en bevat allerlei pictogrammen, waaronder de Prullenbak en Deze Computer. Om het bureaublad te verfraaien zijn verschillende thema’s beschikbaar. Desktop betekent bureaublad. U kunt er snelkoppelingen op maken naar programma`s waar u vaak mee werkt.
Digitaal: De taal van de computer, of: het Elektronische schrift waarmee de computer alles vastlegt.
Directory: Een opbergplaats voor bestanden en programma’s op een schijf. Ook wel ‘folder’ of ‘map’ genoemd.
DirectX: Een door Microsoft ontwikkelde standaard, gericht op multimediaprogrammeurs en de kopers van computerspellen. DirectX wordt gebruikt in plaats van de normale Windows-aansturing en zorgt voor multimedia in een zeer hoge kwaliteit.
Diskdrive: Het station waarmee diskettes worden gelezen en beschreven.
Diskette: Het 3,5-inch-schijfje waarop bestanden kunnen worden weggeschreven of gelezen.
DNS: Domain Name System. De manier waarop domeinnamen worden samengesteld.
DNS server: Domain Name System. Een computer die domeinnamen vertaalt in numerieke adressen en andersom (zie IP adres).
.doc: Extensie van een MS Word document.
Domein (naam): Een voorbeeld van een domeinnaam is surfkids.nl. Het achterste deel (nl) verwijst naar de lokatie, in dit geval Nederland.
DOS: Disk operating system. Een simpel besturingssyteem voor IBM computers en klonen. DOS bestaat uit drie bestanden: command.com, io.sys en msdos.sys. De laatste twee zijn verborgen bestanden. Wanneer men deze drie bestanden op een (boot) floppy of in de root van de harde schijf plaatst kan de computer starten. Verder heeft ongeveer 4 MB aan utilities, welke meestal in de directory c:\dos geplaatst worden. Eén van deze utilities is scandisk.exe, waarmee men de integriteit van een harde schijf kan controleren en repareren.
Downloaden: Het kopiëren (‘binnenhalen’) van bestanden van een andere computer op je eigen pc.
Dubbelklik: Het twee keer snel na elkaar indrukken van de (linker)muisknop, terwijl de cursor een pictogram aanwijst.
DVD: Informatiedrager met een capaciteit die tot zeventien keer hoger ligt dan een CD-Rom.
Dynamische IP-adressering: Als een provider met dynamische IP-adressen werkt dan, krijgt u elke keer dat u inlogt door de server een ander IP-adres toegewezen.
E
E-commerce: Letterlijk elektronische handel. Term voor handeldrijven via internet. Dit bestaat uit het raadplegen van catalogussen, het plaatsten van bestellingen en elektronisch betalen.
Email: Electronic mail.
Email adres: Een email adres bestaat uit een emailalias gevolgd door @provider.nl’.
Emoticon: Samentrekking van emotion-icon, vaker onder de verzamelnaam ‘smiley’ aangeduid. Het meest bekende emoticon is de Smiley, voorgesteld als 🙂 en waarmee een lachend gezichtje wordt uitgedrukt.
Extensie: De drie (of vier) tekens achter de punt van een bestandsnaam. Deze tekens geven aan welk type bestand het is. Bijvoorbeeld: .txt staat voor tekstbestand en .exe voor executable.
.exe: Extensie van een executable DOS-bestand.
Executable: Een executable is een bestand dat uit een te starten programma bestaat.
F
FAQ: Frequently Asked Questions. Ook wel Veel Voorkomende Vragen.
Favorites: Andere naam voor bookmark. Deze wordt gebruikt binnen Microsoft Internet Explorer. Zie ook bookmark.
File: Engelse benaming voor computerbestand.
File Server: Een computer die gebruikers die zich elders bevinden (clients), toegang biedt tot bestanden.
Finger: Protocol dat ervoor zorgt dat informatie kan worden gevonden over de gebruikers op uw host-netwerk. Sommige netwerken staan niet toe dat vanaf een extern systeem gebruik wordt gemaakt van dit protocol, anderen staan het gebruik helemaal niet toe.
Firewall: Letterlijk een ‘vuurmuur’, bedoeld om vijandige indringers uit computers te houden.
Flash: Bekende plug-in van de firma Macromedia voor animaties op internet-pagina’s. Met het programma Macromedia Flash zijn animaties, presentaties en websites te ontwerpen die een lage bandbreedte hebben. De animatie kan nog worden ingeladen terwijl het eerste gedeelte al wordt vertoont.
Flop of Floppy Disk: Benaming voor een (3,5-inch) diskette.
Formatteren: Het beschrijfbaar en leesbaar maken van een schijf voor een besturingssysteem, door de sporen op de schijf gebruiksklaar te maken.
Forum: Elektronische discussiegroep waar mensen met een gemeenschappelijke interesse informatie, meningen en standpunten kunnen uitwisselen.
Forwarden: Alle e-mailprogramma bieden de mogelijkheid om een kopie van een binnengekomen bericht door te sturen naar iemand anders, al dan niet van toegevoegd commentaar voorzien.
FTP: File Transfer Protocol, een protocol waarmee internetters bestanden kunnen downloaden op uploaden.
G
Games: Spelletjes.
Gastenboek: De mogelijkheid om een bericht achter te laten op een website.
Gebruikersnaam: Een unieke inlogcode.
GIF: Graphics Interchange Format. GIF is een standaard indeling voor beeldbestanden op het WWW. De GIF-bestandsindeling is populair omdat de bijbehorende compressiemethode ervoor zorgt dat de bestanden kleiner worden.
Girotel: Het systeem van de Postbank waarmee met behulp van de computer alle geldzaken zijn te regelen.
Glasvezel: Kabel van glasdraad, waardoor digitale gegevens als lichtpakketjes worden gezonden.
Grafische kaart: De insteekkaart die de monitor bestuurt en ervoor zorgt dat er op het beeldscherm beelden te zien zijn. Zit in een insteeksleuf in de computer.
GUI: Graphical User Interface, een grafische gebruikersinterface.
H
Hacker: Iemand met veel kennis van zaken die zonder toestemming inbreekt in een computersysteem door de netwerkbeveiliging te omzeilen of te kraken.
Hardware: Verzamelnaam voor alle fysieke (aanraakbare) onderdelen van een computer en de randapparatuur. Monitoren, modems, printers en scanners behoren allemaal tot de categorie hardware.
Harde schijf: Ook wel hard disk (HD) of vaste schijf genoemd. Het permanente opslagmedium voor de computer. Een harde schijf is snel en kan oneindig meer gegevens bevatten dan een diskette. De omvang wordt aangeduid in megabyte of gigabyte.
Header: Het deel dat vooraf gaat aan een email of een nieuwsgroep bericht. De header bestaat uit een aantal regels met administratieve informatie over herkomst, route, omvang, enz. van een emailbericht. Te vinden bovenaan het bericht.
Hoax: Internet-term voor onware en dus hinderlijke waarschuwingen voor virussen en andere gevaren. Hoaxes zijn van oorsprong misverstanden of slechte grappen. Ze worden doorgaans als goedbedoelde waarschuwing eindeloos door mensen verspreid.
Host: Een computer (server) op het Internet. Zie server.
Homepage: De beginpagina van een website, en dus meestal de pagina waar een bezoeker van die website als eerste terechtkomt. Zo’n startpagina bevat doorgaans allerlei links naar andere pagina’s van de website.
HTML: HyperText Markup Language, de computertaal waarin het World Wide Web is opgemaakt.
Http: HyperText Transfer Protocol, het protocol waarmee een webpagina wordt verzonden.
Hub: Een verdeeldoos in een netwerk. Het is het centrale knooppunt in een netwerk, dat de contacten en het datatransport tussen de servers en de werkstations regelt. Er zijn actieve en passieve hubs.
Hyperlink: Een gemarkeerde tekst of afbeelding die is gekoppeld aan een ander document.
I
ICQ: Populaire chat-software waarmee via het internet contact met andere websurfers kan worden opgenomen. Het programma, waarvan de naam wordt uitgesproken als ‘I Seek You’ (ik zoek je), waarschuwt als er bekenden van de websurfer on-line zijn. Ze kunnen vervolgens contact met elkaar opnemen, korte berichten uitwisselen of uitgebreid chatten.
IDE: Intelligent Drive Electronics. Een standaard voor de aansluiting van harde schijven en CDrom-spelers. Het apparaat kan met behulp van een IDE-kabel direct op de IDE-poort van het moederbord van een pc worden aangesloten. IDE ondersteunt twee apparaten per systeem: een master en een slave.
Inbelpunt: Een toegangspunt (telefoonnummer) tot het Internet.
Inloggen: Het aanmelden van een computer bij een andere computer, bijvoorbeeld die van de provider.
Inkjetprinter: Type printer waarbij de inkt op het papier wordt gespoten.
Installeren: Een programma werkt pas op een computer als het op de juiste manier op de harde schijf is gezet. Die handeling is het installeren van de programmatuur.
IP-adres: Een nummer waaronder een computer bekend is op het Internet, bijvoorbeeld 175.120.1.64 (Zie ook dynamische IP-adressering).
ISDN: Integrated Services Digital Network. Digitale wijze van telefonie, sneller dan gewone telefonie, en met meerdere lijnen beschikbaar. Niet zo snel als ADSL. Zie ook ADSL.
IT: Verzamelnaam voor informatietechnologie.
J
Java: Door Sun Microsystems in 1994 ontwikkelde, platform-onafhankelijke en objectgeoriënteerde programmeertaal, zeer geschikt voor internet-toepassingen.
JavaScript: Een door Netscape ontwikkelde scripttaal waarmee HTML-pagina’s dynamischer zijn te maken.
JPEG: Bestandsformaat (JPG of JPEG) voor afbeeldingen waarmee meer dan 256 kleuren kunnen worden weergegeven en waarin gebruik wordt gemaakt van compressie. Afbeeldingen in JPG-formaat worden bijzonder vaak op het internet gebruikt.
Junkmail: Ongevraagde, meestal commerciële e-mail, te vergelijken met ongeadresseerd reclamedrukwerk. De meeste internet-gebruikers hebben een hekel aan deze brievenbusvervuiling. (Spam)
K
Kabelmodem: Modem waarmee u niet via de telefoonlijn, maar via de TV-kabel contact met Internet kunt maken. Kabelinternet is vaak sneller dan via de telefoon en u betaalt een vast bedrag, ongeacht de tijd dat u verbonden bent met Internet.
Kbit/s: Eenheid voor de transportsnelheid: 1 Kbit/s is gelijk aan 1000 bits per seconde, ook wel genoteerd als Kbps. Grotere hoeveelheden bits worden per miljoen afgerekend: 1 Mbit/s is dan 1 miljoen bits per seconde, ook wel genoteerd als 1 Mbps. Op dezelfde manier betekent 1 Gbit/s dan 1 miljard bits per seconde, ook wel genoteerd als 1 Gbps.
Kernel: De kern van het besturingssysteem van de computer.
Kilobyte: 1024 bytes.
Kleurdiepte: Het aantal bits (nullen en enen) waarmee kleurinformatie wordt opgeslagen en weergegeven. Voor zwart en wit zijn slechts twee bits nodig, maar om allerlei tussenliggende grijswaarden in zwart-witfoto’s te kunnen gebruiken worden minimaal 8 bits voor de opslag gebruikt. Bij kleurenfoto’s worden vaak 24 bits gebruikt, waardoor een weergave van 16,7 miljoen kleuren mogelijk is.
Kloon: PC’s die door de verkopende organisatie (kleine ketens en zelfstandige computerwinkels) zelf in elkaar worden gezet. Deze computers zijn afgeleid van het PC-ontwerp van IBM. De klonen bestaan uit standaard-onderdelen. De term “kloon” heeft een negatieve bijsmaak, maar zegt niets over de kwaliteit.
L
Laptop: Letterlijk: schootcomputer. Een kleine, handzame computer om overal mee naartoe te nemen.
Laserprinter: Professionele printer, die werkt volgens het principe van een kopieerapparaat.
Licentie: Het recht om een bepaalde technologie te mogen gebruiken. Wie software gebruikt zonder in het bezit te zijn van de nodige licenties, kan problemen verwachten. In een licentie worden de rechten van de gebruiker geregeld. Meestal geldt een licentie voor één systeem, maar er zijn ook licenties voor meerdere gebruikers tegelijk.
Link: Een verwijzing op een webpagina naar een andere webpagina of een andere informatie bron op Internet.
Linux: Een gratis besturingssysteem op basis van Unix. Werd oorspronkelijk ontwikkeld door Linus Torvalds, en wordt nog steeds door vrijwilligers en enthousiastelingen over de hele wereld verder ontwikkeld. De aandacht voor Linux is aan het eind van de vorige eeuw enorm toegenomen.
Lurker: Iemand die zich niet in de discussies op usenet mengt, meestal een newbie met gebrek aan ervaring.
M
Mac: De tegenpool van de IBM-compatible computer. Heeft de reputatie van de meest gebruiksvriendelijke computer. Het is een standaard in de grafische industrie. Gefabriceerd door Apple.
Mailinglist: Automatische rondzendlijst waarop men zich kan abonneren.
Medium: Vorm van opslag en verspreiding van informatie (bijvoorbeeld videoband, diskette, optische disc, drukwerk, enzovoort).
Megabyte: 1024 kilobyte.
Menubalk: Programma’s onder Windows laten op de menubalk de keuzemogelijkheden van het geopende programma zien.
Megaherz (MHz): De term Megahertz geeft hoe snel een processor is. Het aantal megahertz bepaalt als het ware de verwerkingssnelheid van de computer. Hoe groter de waarde achter de pentium, hoe sneller de processor is. Snelheidsgraad voor oa computers. Het staat voor 1 miljoen keer per seconde.
Microsoft Office: Verzameling van (kantoor)programma`s van fabrikant Microsoft. Bevat o.a. Word, Excel, Access, Powerpoint en Outlook.
MIME: Multipurpose Internet Mail Extensions. Via MIME blijft de oorspronkelijke bestandsindeling van een aangehecht bestand gehandhaaft bij het versturen ervan.
Mirror-site: Een op internet aangesloten computer met een exacte kopie van de informatie op een andere internetcomputer. Modem – MOdulator/DEModulator. Kastje dat het signaal van de computer geschikt maakt voor het telefoonnet en andersom. Onmisbaar bij datacommunicatie en het Internet. Zie ook: ISDN en Kabelmodem.
Moederbord: Het onderdeel in de computer waar alle chips, inclusief de processor, en de geheugen- en insteekkaarten bijeengehouden worden.
Moderator: Een persoon die niet relevante of ongepaste berichten naar een mailinglist of nieuwsgroep verwijdert.
Monitor: Het beeldscherm waar de computer alle informatie naartoe stuurt die de gebruiker moet zien. Het beeldscherm wordt aangestuurd via de grafische kaart.
MP3: Dit is een standaard voor de compressie van 44 KHz audiosignalen. Hiermee kan geluid zonder hoorbaar kwaliteitsverlies tot tienmaal worden verkleind, waardoor zo`n bestand sneller via het internet wordt verstuurd.
MPEG: Moving Pictures Expert Group. MPEG is een standaardmanier om bewegende beelden te comprimeren.
Muis: Een klein, handzaam apparaatje dat wordt gebruikt om de cursor of aanwijzer over het beeldscherm te sturen. Bevat meestal twee of drie knoppen, elk met verschillende functies.
Multimedia: Tekst, Beeld en Geluid.
N
Navigeren: Algemene aanduiding voor de manier waarop een internet-gebruiker zijn weg door allerlei websites probeert te vinden. Navigeren wordt gemakkelijker als de interface van een website gebruiksvriendelijker is.
Nerd: Geuzennaam, vaak onaardig bedoeld, voor begaafde en fanatieke, sociaal vaak wat onthande computergebruiker.
Netiquette: Gedrags- en fatsoensregels voor iedereen die gebruikmaakt van het Internet, met name voor e-mail, posten in nieuwsgroepen en chatboxen.
Newbie: Een nieuwe, nog onwetende gebruiker van het Internet.
Nieuwsgroep: Een verzameling van artikelen (berichten) over een bepaald onderwerp.
Notebook: Aanduiding voor een draagbare computer met afmetingen die een A4-notitieblok benaderen (ook vaak laptop genoemd).
O
Offline: Geen internet verbinding.
Online: Een verbinding hebben met het internet waarbij de telefoonverbinding open staat.
Opstartdiskette: Noodvoorziening, ook wel opstartschijf of bootdisk genoemd. Bedoeld om de pc te kunnen starten als er problemen zijn.
P
Pad: De volledige beschrijving van de locatie van een bestand op een computer. Een pad (‘path’ in het Engels) is een soort routebeschrijving naar het bestand.
Pageview: Het zien van een webpagina door een bezoeker.
Palmtop: Zakcomputer op batterijen. Past in je handpalm.
Parallelle poort: Een aansluitpunt voor externe apparatuur, ook wel LPT-poort genoemd. Hierop worden meestal de printer en/of scanner aangesloten. De parallelle poort is sneller dan de seriële poort
Password: Bij internet-verkeer vormt het password samen met de inlognaam het account. Passwords zijn geheim en daarom zeer interessant voor hackers en andere kwaadwilligen.
Patch: Patches (‘lapjes’) zijn door softwarefabrikanten ontwikkelde programma’s waarmee fouten (bugs) in hun software worden verholpen.
PC: Afkorting van: Personal Computer. De algemene aanduiding voor een computer met een ander besturingssysteem dan de Mac, Zie ook Mac.
PGP: Pretty Good Privacy, een encryptie- (versleutelings) systeem om gegevens mee te coderen.
Pixel: De kleinste eenheid van een (bitmap) afbeelding. Een pixel is een “puntje”. Een pixel kan maar één kleur hebben. Zie ook resolutie.
Plug and play: De stekker erin en spelen maar! Je hoeft geen randapparatuur (muis, printer, enz.) apart te installeren, de computer herkent de apparatuur meteen zodra de stekkers op de goede plaats ingeplugd worden.
Plug-in: Aanvullende software van andere fabrikanten waarmee bijvoorbeeld een browser extra functies krijgt.
POP server: Een computer die gebruik maakt van het Post Office Protocol. Als iemand je een e-mail bericht stuurt, dan wordt deze bewaard in jouw postvakje op de POP server totdat je jouw berichten ophaalt.
Portaal(site): Een portaal verleent de toegang tot het Internet. De site is gemaakt is om als startpagina ingesteld te worden in uw browser. Een goede portal site biedt veel nuttige links en diensten. Via deze weg kan u algemene informatie vinden over allerlei activiteiten in de wereld. Soms heeft een portaal een bepaald thema met die doelgroep afgestemde diensten. Bekende portaalsites zijn deze van Planet Internet, Microsoft of Yahoo.
Processor: Deze chip verwerkt alle instructies, en is daarmee de belangrijkste chip in de computer.
Programma: Een computer doet niets zonder programma’s en besturingssystemen. Programma’s vervullen een bepaalde taak.
Protocol: Afspraak om communicatie in goede banen te leiden. Als een computer verbinding maakt met een andere computer, worden er op basis van een protocol gegevens uitgewisseld.
Provider: Een bedrijf dat Internet-accounts aanbiedt. Uw eigen computer krijgt via de computers van dat bedrijf toegang tot het wereldwijde netwerk.
Proxy server: Computers die providers meestal gebruiken om de door hun abonnees geraadpleegde web-pagina’s lokaal op te slaan.
Public domain: Publiek domein, betekent: voor iedereen beschikbaar. Publiekdomeinprogramma’s zijn gratis. De auteur geeft zonder voorbehoud toestemming de programma’s te gebruiken.
Q
Query: Engelse benaming voor een zoekopdracht in een database.
QuickTime: Door Apple ontwikkelde standaard om filmpjes met beeld en geluid digitaal op te slaan en weer te geven. QuickTime-bestanden zijn herkenbaar aan de extensie (het achtervoegsel) MOV.
Quote: Engels voor citaat. Het herhalen van een deel van een email bericht, zodat de geadresseerden de verhaallijn kunnen volgen. Handige optie om de verhaallijn vast te houden en om op onderdelen van een bericht te reageren.
R
RAM: Betekent: Random Access Memory, ook vaak aangeduid als werkgeheugen of intern geheugen. RAM is het vluchtige werkgeheugen van de computer waarin zowel gelezen als geschreven kan worden, maar waarvan de inhoud verdwijnt zodra de computer wordt uitgezet. De computer gebruikt het RAM om programmagegevens te lezen voordat die worden uitgevoerd.
Randapparaat: Elk apparaat dat wordt toegevoegd aan een personal computer, zoals een scanner, een printer of een modem.
Readme: Engelse benaming voor: Leesmij. Tekstbestand in gecomprimeerd bestand met nuttige informatie over uitgepakte onderdelen van een programma.
Reboot: Het opnieuw starten van een computer, ook wel reset genoemd, waarbij het besturingssysteem opnieuw wordt geladen. Het gelijktijdig indrukken van de toetsen CTRL-ALT-DEL veroorzaak een reboot.
Register: Zeer belangrijk onderdeel van Windows, waarin onder meer veel gegevens en instellingen worden bijgehouden over Windows zelf en over andere geïnstalleerde software.
Reset: Het opnieuw starten van de computer en/of van het besturingssysteem.
Resolutie: Het oplossend vermogen van een beeld of beeldscherm. Een term waarmee de kwaliteit en scherpte van een beeld wordt uitgedrukt. Resolutie slaat op de dichtheid van het aantal beeldpunten (pixels). Hoe hoger de resolutie hoe meer beeldpunten er zijn en hoe scherper de afbeelding is.
Robot spider: Een programma dat automatisch webpagina’s ophaalt en informatie van die pagina’s gebruikt om index aan te leggen. Deze indexen worden dan gebruikt door een zoekmachine.
S
Save(n): Bewaren. Commando om de gegevens op te slaan in de computer.
Scrollbar: De scrollbar of schuifbalk is de balk die rechts of onder een Internetpagina verschijnt, die u kunt aanklikken en verschuiven om delen van de pagina die buiten uw scherm vallen, in beeld te krijgen
Search engine: Zoekprogramma op het Internet.
Seriële poort: Op deze aansluiting worden meestal muis en modem aangesloten. Elke moderne computer beschikt over vier seriële poorten; com1, com2, com3 en com4.
Server: Een computer ook wel host genoemd die allerlei gegevens, bijvoorbeeld in de vorm van e-mail en bestanden, kan verwerken.
Secure server : Een server die de mogelijkheid heeft informatie op een beveiligde manier te ontvangen van een browser.
Shareware: Verzamelnaam voor software die vrij verspreid en gekopieerd mag worden. Als u de software wilt blijven gebruiken is een bijdrage verplicht om de software te kunnen blijven ontwikkwikelen, dit in tegenstelling tot Freeware.
SMTP server : Een computer die via Simple Mail Transfer Protocol uw uitgaande berichten verwerkt en doorstuurt.
Snelkoppeling: Een icoontje waarmee een programma wordt gestart. Een Windows Bureaublad bevat meestal verschillende snelkoppelingen naar veel gebruikte programma’s. Dat werkt sneller dan een start via Start/Programma’s. Shortcuts worden ook wel sneltoetscombinaties genoemd.
SPAM: Ongewenste email.
Software: De naam voor computerprogramma’s. Het is niet tastbaar en bestaat alleen in het geheugen van de computer of opgeslagen op een CD-Rom of diskette.
Startpagina: De Internetpagina waarmee u begint zodra u uw browser start.
Subdirectory: Een directory binnen een andere directory. Zie ook directory.
Surfen: Rondkijken op het World Wide Web.
Systeem bestand: Bestand dat tot het besturingsysteem behoort en is doorgaans onzichtbaar zijn. Bewerking kan leiden tot het falen van het systeem.
T
Taakbalk: Verscheen het eerst in Windows 95. Onderdeel van waaruit taken gestart kunnen worden en tussen openstaande taken kan worden geschakeld.
TCP/IP: Transmission Control Protocol/Internet Protocol, het op Internet gebruikte netwerkprotocol.
Telnet: Telnet is een tekst-georiënteerde toepassing en verandert uw computer in feite in een terminal van een andere computer.
Thread: Op discussie gerangschikte berichten in een nieuwsgroep.
Tilde: Benaming voor het ~-teken.
Time out: Een verbinding tussen twee computers wordt wegens een ‘time out’ afgesloten, als er na een vooraf bepaalde periode niet meer wordt gereageerd door één van beide computers.
Toegangsrechten: Het recht tot toegang en wijziging van mappen.
Tutorial: Gedrukte of digitale handleiding waarmee de softwaregebruiker aan de hand van voorbeelden de belangrijkste onderdelen van die software leert kennen.
U
Uitloggen: Afmelden; het verbreken van het contact met een andere computer. Is het tegenovergestelde van inloggen (aanmelden).
Underscore: Benaming voor het _-teken.
Uninstall: Het verwijderen van geïnstalleerde software.
UNZIP: Een bestand unzippen betekent een bestand decomprimeren dat kleiner is gemaakt met een compressieprogramma.
Uploaden: Is het omgekeerde van downloaden. Bij uploaden stuurt de gebruiker bestanden van de eigen pc naar een andere computer.
URL: Uniform Resource Locator, een adres op het WWW, bijvoorbeeld http://www.surfkids.nl
USB: Universal Serial Bus. Standaard voor het aansluiten van randapparatuur. USB detecteert zelf of er randapparatuur is verwijderd of aangekoppeld en de PC hoeft niet uitgezet te worden en ook rebooten is overbodig. De USB is volledig Plug & Play, de gebruiker hoeft niets meer in te stellen. Via een USB-poort kunnen maximaal 127 randapparaten (monitor, muis, toetsenbord, scanner, printer) worden aangesloten.
Upgrade: Upgrade is Engels voor opwaarderen. Betekent bijv. een verbeterde nieuwe versie van een softwareprogramma.
Upgraden: Het verruilen van een bepaalde versie voor nieuwere.
Usenet: De grootste en oorspronkelijke verzameling nieuwsgroepen.
Username: Gebruikersnaam waaronder de gebruiker bekend is bij een computersysteem, net als het password (wachtwoord).
V
Vids: Ook wel Vidz. Afkorting van video`s. Oftewel filmpjes.
Virus: Een klein (onderdeel van een) computerprogramma. Een virus hecht zich in de regel vast aan andere, onschuldige software en tast het besturingsysteem van een pc aan.
Virus-scanner: Speciaal programma dat controleert of er virussen op de computer zijn.
VRML: Virtual Reality Modeling Language. Een taal die gebruik maakt van codes om webpagina’s op te maken en die 3D-afbeeldingen en interactieve ruimtelijke navigatie ondersteunt.
W
Wachtwoord: Woord of tekengroep waarmee iemand zich kan identificeren als hij/zij wil inloggen op een netwerk.
WAP: Afkorting van Wireless Application Protocol. Een internet-protocol voor gebruik met draadloze toestellen zoals GSM.
Warez: Verzamelnaam voor illegaal aangeboden commerciële software, onder andere bestaande uit Appz (applicaties) en Gamez (spellen).
WAV: ‘wav’ is de bestandsextensie die wordt gebruikt voor een aantal soorten audio-bestanden.
Webcam: Internet-camera.
Webmaster/
Webmistress:
De verantwoordelijke persoon voor het bijhouden van een website.
Webmail: E-mail ontvangen en versturen via een internetpagina.
Website: Een ‘plek’ op Internet bestaande uit verschillende pagina’s en HTML-documenten. Startpunt op een site is de homepage.
Windows: Een besturingsprogramma voor computers, gefabriceerd door Microsoft.
WWW: World Wide Web, een verzameling van HTML-documenten met tekst, beeld en geluid.
WYSIWIYG: Betekent: What You See Is What You Get. De voorstelling op het beeldscherm toont precies het resultaat zoals dat door de printer zal worden afgedrukt.
X
Y
Z
Zoekmachine: (Search engine, zoekpagina) Internet-site die de inhoud bijhoudt van zoveel mogelijk internet-pagina’s. Als bezoeker van een zoekmachine kunt u één of meer zoekwoorden opgeven, de zoekmachine presenteert dan internetpagina’s uit de verzameling waarin deze zoekwoorden voorkomen.

 

Dr Albert

Hallo, mijn naam is dr. Albert en ik ben de wizzkid van Surfkids.