';
Preloader logo
Kunstschaatsen

Kunstschaatsen

Kunstrijden is een sportieve gebeurtenis. Solisten, paren en groepen schaatsers maken rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs, meestal onder begeleiding van muziek. Kunstrijden is een sport die je als recreant en topsporter kunt beoefenen.

 

Algemeen

Kunstrijden bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Solorijden voor dames en heren
  • Paarrijden
  • IJsdansen
  • Synchroonschaatsen
  • Showrijden

De schaats

Kunstschaatsen hebben puntjes aan de voorkant zodat de schaatser zichzelf de lucht in kan lanceren bij sprongen of pirouetten. De meeste dames hebben witte schaatsen en de meeste heren hebben zwarte schaatsen. In de showwereld hebben de meeste dames bruine schaatsen.

De training

Om een goede kunstrijder te worden is het van belang om jong te beginnen en het hele jaar door op het ijs te staan. Naast ijstraining oefenen de schaatsers ook veel uren buiten het ijs: ballet, dans, krachttraining en conditietraining.

De wedstrijd

In de spotlight staat een kunstrijd(st)er klaar om met de kür te beginnen. De muziek start, de eerste sierlijke bewegingen zijn gemaakt.

Het publiek juicht als de rijd(st)er een goede drievoudige Lutz gevolgd door een dubbele Spot uitvoert. En het publiek huivert als de rijd(st)er even zijn/haar evenwicht dreigt te verliezen bij het landen op één been na een andere drievoudige sprong. Rijd(st)er en muziek vertellen een verhaal en brengen het publiek in vervoering. Je zou bijna vergeten dat het ook nog om een kampioenschap gaat.

Korte en vrije kür

Een serie van schaatselementen wordt een kür genoemd. Bij wedstrijden voeren rijders een korte en een vrije kür uit (ook wel lange kür genoemd). Een korte kür duurt maximaal twee minuten en vijftig seconden.
Een vrije kür duurt:
– maximaal 4 minuten voor de senioren dames
– maximaal 4,5 minuut voor de senioren heren
– voor andere groepen is de vrije kür korter

Kürelementen

De sprongen zijn een van de belangrijkste onderdelen in een kür. Het houdt in dat een rijder de lucht in springt, waar hij vervolgens een of meerdere rotaties maakt en vervolgens op één been landt op het ijs. De landing is bij alle sprongen hetzelfde: zij het rechtsbuiten achterwaarts voor rijders die tegen de klok in draaien of linksbuiten achterwaarts voor rijders die met de klok meedraaien.

De meeste rijders draaien tegen de klok in. Om die reden worden de sprongen beschreven voor een tegenklokwaartse rijder. Er zijn zes verschillende sprongen, te categoriseren in priksprongen en kantsprongen.

Priksprongen

Een priksprong is een sprong waarbij de rijder de tandjes (prikker) aan de voorkant van de schaats in het ijs prikt om zichzelf te lanceren. Van makkelijk naar moeilijk kennen we de volgende priksprongen:

  • Toeloop, of in Europa Spot of Cherryflip genoemd, wordt ingezet met een rechtsbuiten achterwaartse kant waarbij de linkerprikker in het ijs wordt geprikt.
  • Flip wordt ingezet met een linksbinnen achterwaartse kant waarbij de rechterprikker in het ijs wordt geprikt.
  • Lutz wordt ingezet met een linksbuiten achterwaartse kant waarbij de rechterprikker in het ijs wordt geprikt.

Kantsprongen

Een kantsprong wordt uitgevoerd door te springen van een kant van de schaats, zij het binnen of buitenwaarts, zonder hulp van de prikker. Van makkelijk naar moeilijk noemen we de volgende sprongen:

  • Salchow is een sprong die wordt ingezet met een linksbinnen achterwaartse kant.
  • Loop, in Europa veelal Rittberger genoemd, wordt vanaf een rechtsbuiten achterwaartse kant gesprongen.
  • Axel wordt als enige sprong voorwaarts ingezet en wel met linksbuiten. Omdat alle sprongen wel hetzelfde worden geland, wordt er bij deze sprong een halve rotatie meer gedraaid.

Sprongcombinaties en rotaties

Naast de inzet wordt ook het aantal rotaties om de lengteas meegerekend om de sprong definitief te kunnen bepalen. Een sprong is naast enkelvoudig ook dubbel, drievoudig of zelfs viervoudig uit te voeren. Viervoudige sprongen worden vrijwel uitsluitend door heren in de seniorencompetitie gesprongen.

Enkelvoudige en dubbele sprongen worden veelal in een combinatie gesprongen, bijvoorbeeld een dubbele Axel gevolgd door een dubbele Rittberger en een enkele spot. Opvallend bij deze combinaties is dat de enige sprongen die opvolgend kunnen zijn, slechts de Toeloop en de Rittberger zijn, omdat die met dezelfde kant worden ingezet als waarop wordt geland. Door een halve Rittberger te springen (welke eigenlijk een volledige rotatie is), die wordt geland met een linksbinnen achterwaartse kant, is het derhalve toch mogelijk opvolgend een Salchow of een Flip te springen.

De totaalscore van de korte kür samen met de totaalscore van de vrije kür bepaalt de totaalscore van de wedstrijd en deze bepaalt de einduitslag. Bij een gelijke stand geeft de vrije kür de doorslag.

Bron knsb.nl

Kootsj

Hallo, mijn naam is Kootsj! Op Surfkids ben ik de echte actieveling en daarom houd ik je op de hoogte van alles wat met sport en spel te maken heeft.