Voltige paardrijden

Voltige paardrijden

Acrobatiek op een bewegend paard, dit heet voltige. Het paard loopt hierbij in voltes, dit zijn cirkelfiguren en kan in stap, draf en galop. Voltigeren heeft minimaal 4 dingen nodig; de longe, een voltigeur, een longeur en het tuig. De longe is een lange lijn waar het paard aan loopt. Een voltigeur is iemand die de acrobatiek op het paard uitvoert. Een longeur is iemand die het paard aan de lange lijn hanteert. Het tuig is de uitrusting die het paard aan heeft.

Voltigeur

Degene die de acrobatiek doet op het paard moet dit zo doen dat het paard tijdens de stap, draf en galop er geen last van heeft. Het is voor de voltigeur dus onmisbaar om een goede techniek te hebben en zich aan het paard aan te passen. Hiervoor moet er gezorgd worden voor een vloeiende beweging wanneer hij/zij op het paard springt, maar ook tijdens de acrobatische oefeningen.

De uitrusting

Het paard heeft een tuig om, dit tuig heeft meerdere onderdelen. Het heeft een dek, een veerkrachtige onderlegger, een voltigesingel en een hoofdstel met hulpteugels en een longe. De voltigesingel is een soort brede band die vast zit met gespen, hieraan zitten lussen waaraan een voltigeur zich kan vasthouden. Een voltigeur draagt strakke sportkleding en turnschoentjes, tijdens wedstrijden wanneer er meerdere voltigeurs zijn draagt iedereen hetzelfde. De longeur gebruikt een lange voltigezweep om het paard aan te geven wat er van hem verwacht wordt.

Voltige in teams

De sport voltigeren kun je solo doen maar ook in een team. Een voltigeteam kan uit 4, 6 of 7 mensen bestaan. Op een paard mogen maximaal drie mensen tegelijk voltigeren, wanneer er geswitcht wordt moeten er minimaal 2 voltigeurs in contact staan met het paard. Er zijn naast solovoltigeurs ook duovoltigeurs. Voor een solovoltigeur mag een vrije oefening maximaal één minuut duren, voor een team mag dit tot wel vier minuten duren.

Oefeningen

Met voltige zijn er tijdens trainingen en wedstrijden oefeningen die verplicht zijn, dit verschilt per klasse. Dit kunnen vier tot zeven oefeningen zijn, en deze moeten dus uitgevoerd worden. Er zijn twee soorten oefeningen die gedaan kunnen worden, namelijk de statische en de dynamische oefeningen. Een statische oefening is statisch, dit betekent stil, de voltigeur moet dus 4 tellen stil blijven in de oefening terwijl het paard vooruit beweegt. Een dynamische oefening is het tegenovergestelde, want tijdens deze oefening voert de voltigeur een beweging uit. Dit moet gedaan worden met ritmegevoel, hiervoor let de voltigeur op het ritme waarin het paard zich beweegt.

Kootsj

Hallo, mijn naam is Kootsj! Op Surfkids ben ik de echte actieveling en daarom houd ik je op de hoogte van alles wat met sport en spel te maken heeft.